Welkom in Gambia…

“Immaqa, Immaqa, hier de Pegasus!” We worden warm ontvangen wanneer we aankomen in Banjul, de hoofdstad van Gambia. Ik ben blij dat de Pegasus er ligt, want heel gezellig ziet het er hier verder niet echt uit. We gooien het anker uit bij ‘Half die’, een wijk vernoemd naar een cholera-epidemie die de helft van de bevolking heeft uitgeroeid. Overal liggen oude scheepswrakken en hier en daar een piroque voor anker. We moeten hier ergens op het haventerrein inklaren, voordat we verder het land in mogen varen. We zijn welkom in Gambia, maar het ontvangst was misschien toch iets anders dan ik me bij had voorgesteld.

Hoewel de tocht vanuit Dakar nog geen 24 uur varen was, vond ik het best een vermoeiende trip. We hebben weer veel zelf gestuurd, omdat we de geleende auto-pilot niet helemaal vertrouwden. Er waren onderweg veel vissersbootjes, wat ik altijd heel spannend vind. Vaak zijn ze onverlicht en wanneer je te dichtbij komt, gaat er vaak opeens een zaklamp of rood of groen knipperlichtje schijnen. We hebben een makreeltje gevangen en veel luisterboeken geluisterd. Rond 12 uur ’s middags kwamen we bij de monding van de rivier aan. Het plan is om eerst gelijk in te klaren en dan het liefst dezelfde middag nog met hoog water door naar Lamin Lodge, waar het iets aangenamer schijnt te zijn. Uiteraard liep het allemaal weer anders dan gepland.

We spraken via de marifoon af om samen in te klaren. Ik ging samen met Fred en dat was weer een heel avontuur. Ik vond het eigenlijk best een beetje spannend. We hadden veel verschillende verhalen gehoord over ‘gifts’ die ze verwachten en verschillende prijzen die worden gevraagd voor het permit om de rivier op te mogen. In de pilot (West Africa 2009) staat zelfs dat de hele procedure ‘horrible’ is…

Met de dinghy voeren we naar een afgelegen vissersteiger waar we weliswaar vriendelijk werden ontvangen, maar een tikkeltje opdringerig werden begeleid. De dinghy mochten we aan de piroque steiger bij de vissers leggen. We hadden gelezen waar we moesten zijn, maar die beschrijving bleek vanaf een andere pier. We werden zelfs een beetje uitgelachen toen we zeiden het zelf te willen uitzoeken. In de pilot wordt afgeraden om een gids te nemen, maar we leken niet echt een keuze te hebben. Ik vond het ook eigenlijk wel een prettig idee dat iemand ons hier de weg zou wijzen. We wilden langs de douane, de havenpolitie, de immigratie, de bank en een simkaatje kopen. We kregen een jonge vent, genaamd Sam mee. Hij sprak redelijk Engels dus ik heb hem gelijk de oren van het lijf gevraagd.

In Afrika neem je wat en geef je wat, legt Sam uit. Er zijn vaak geen vaste prijzen, je moet zelf onderhandelen en geeft wat je iets zelf waard vindt. Tja, daar kan je van te voren van alles over lezen, maar je komt er pas echt achter als je er bent. Nogal lastig als je net gepind hebt, net weet wat de koers is en je in hun ogen alleen maar grote flappen geld hebt. En dat geldt voor alle zeilers die hier langskomen en dat weten ze volgens mij dondersgoed.

De douane en de havenpolitie bleken in het weekend gesloten, maar we konden wel langs de immigratie. Aangezien het zaterdag was, waren daar zogenaamde ‘juniors’ aanwezig. Ik schatte ze een jaar of 18. We kregen toegang tot Gambia voor 2 weken, want het is zaterdag en ze hebben geen andere stempel. Maar ja, wij wilden langer en we hadden recht op 30 dagen. Er werd gebeld met de baas, maar nee het was vandaag echt niet mogelijk. Maar we mochten ook niet wachten tot maandag. Was dit dan zo een moment waarbij we ‘presents’ als geld op tafel moeten leggen? We besloten om dat laatste niet te doen, en maandag te proberen om voor 30 dagen te krijgen. In totaal zijn we 3.5 uur bezig geweest. We kunnen helaas nog niet naar Lamin Lodge vertrekken en moeten hier nog 2 nachten voor anker blijven liggen.

DSC_0380b
‘Half die’ met veel wrakken

Klots klots klots, dat was niet zo een pretje want midden in de nacht stond er een behoorlijke wind tegen behoorlijke stroom. Een heel gek gevoel om de wind niet recht van voren, maar schuin van achteren te hebben als we voor anker liggen. Om half 4 waren we allebei klaar wakker, door het klotsen, te weinig gegeten en nog in het nachtshift ritme. Onze lichamen waren een beetje van slag. Misschien maar goed dat we een hele zondag hadden om uit te rusten. Even alles op een rijtje zetten, boot schoonmaken (de boot is nog erg smerig van Dakar), kapotte dingen maken, lezen over Gambia, plannen maken voor de komende weken. Even pas op de plaats voor een dagje.

Ik merk dat het voor mij echt enorm omschakelen is van Europa naar Afrika. Ik besef nog niet helemaal dat we hier echt zijn en dat we hier zelf heen gezeild zijn. Ik heb wat moeite met de armoede en het begrijpen van de cultuur. Waarschijnlijk ben ik ook wat oververmoeid van een dag en nacht varen en dan gelijk door die gekke wereld in. Ik zou er misschien wat meer over moeten praten, want koen heeft geen idee wat er in me omgaat. Het is bizar om samen in zo een andere wereld te zijn en blijkbaar beleven we het beiden toch net een beetje anders. Ik krijg steeds meer de neiging om meer en meer voor te bereiden, meer vat te krijgen op de cultuur en gewoontes. Dan word ik minder verrast en voelt het alsof ik wat meer macht heb en zelf meer in de hand heb wat er gebeurt. Ik houd van gelijkwaardigheid, maar dat is hier ver te zoeken. De verhouding begint natuurlijk al scheef op het moment dat we hier met ons Europese jacht de rivier op varen. We besluiten om het een tijdje aan te kijken, het voordeel van een zeilboot is dat we elk moment ook weer kunnen vertrekken. Koen heeft hier minder last van en gelukkig gaat hij de volgende dag mee naar de formaliteiten met het inklaringsproces deel 2.

De volgende dag gingen we met zijn drieën naar de kant. Er stond uiteraard alweer een mannetje klaar op de steiger waar we met de dinghy aankwamen. Die zou ons wel even begeleiden. De eerste halt was de immigratie waar we al eerder waren geweest. De stempel die we zaterdag hadden gekregen bleek een foutje want ja, het was zaterdag en dan zijn de juiste officials met bijbehorende stempels niet aanwezig. Maar nu staat die stempel van 2 weken dus al wel in ons paspoort… En als we langer in het land willen blijven dan 2 weken, moeten we een extensie stempel. En ja die kost 1000 dalasi pp (wat klinkt als dollars als je het snel zegt, maar is 20 euro) Dikke onzin dus maarja, zie dat maar duidelijk te maken in een klein kantoortje met 5 officials (waarvan 4 op hun telefoon filmpjes zitten te kijken). Koen kon zich niet meer inhouden, ging staan en zei vrij beleefd: Ok, dus als ik het goed begrijp, zijn wij, vanwege jullie nalatigheid in het weekend, de lul en moeten we opeens betalen. Lekker dan. Toen zei de woordvoerder “Ohhh it’s our mistake?” (De  nieuwe stempels waren inmiddels al gezet) “…maar een extensie stempel is 1000 dalasi meneer, daar kunnen we niks aan doen. Dat ligt aan de officier die de eerste stempel zet.” Fred zat inmiddels al met een briefje van 50 euro in zijn handen. Uiteindelijk hebben we toch de eerste 30 dagen gratis gekregen, vanwege hun mistake… pfft erg vermoeiend, maar wat was ik trots op Koen haha.

Zowel de douane als immigratie als het havenkantoor waren te vinden op één groot haventerrein met heel veel Maersk containers. Daartussen reden tractors om die containers te verplaatsen. En daar tussen liepen mensen met en zonder hesjes en badges. Eigenlijk alleen mannen. Af en toe hing er bijna een container boven ons hoofd, het was opletten geblazen. Na de immigratie moesten we naar de douane… tja… een kantoortje waar van alles gebeurde. Een langwerpige ruimte met een aantal computers op een rij en een vrij smalle doorgang. Of ik mijn tas niet bij de snoertjes van de computer wilde leggen. Dat zit waarschijnlijk niet zo stevig in elkaar. Af en toe valt de stroom uit, maar ze hebben noodstroom. De mannen achter de computers hadden het heuuuul druk en een glimlach kon er niet vanaf. Wij bleven geduldig wachten, totdat we formuliertjes mochten invullen.

Bij het havenkantoor iets verderop kregen we alledrie een visitors badge voor het gebouw. Vijf verdiepingen omhoog klimmen en daar zaten de belangrijke bazen. De loodsen, kapiteinen en de havenmeester. De een nog belangrijker dan de ander, herkenbaar aan de hoeveelheid streepjes op de schouders. Ik durfde geen foto’s te maken. Op een whiteboard aan de muur was geschreven welke tankers er in de haven lagen en welke ze nog konden verwachten. Ons hulpje die ons de weg had gewezen werd overduidelijk de deur gewezen, “oprotten jij hoort hier niet.” Na allerlei papieren ingevuld te hebben bleek dat we nog geen stempel hadden gehad van de douane. Dat wisten we, want onze boot moest nog ‘geïnspecteerd’ worden. Er zou iemand aan boord moeten komen, maar het lag nogal voor de hand dat dat prima afgekocht kon worden. Maarja, voor hoeveel? Iemand van de havenpolitie ging het wel even regelen. Hup wij weer het hele terrein over, dit keer niet tussen de containers door, maar buitenom. En dat is ook nog een dingetje want buiten die hekken staan allemaal mensen die naar binnen willen, waarschijnlijk voor werk. De grote reus bij de douane keek ons niet aan, maar na enig aandringen van onze helpende engel verdween hij een kamertje binnen waar beide boten een stempel kregen. Nu konden we de permissie krijgen van de grote baas en konden we de permit voor de rivier aftikken (22euro…) Later, uit het zicht van alles en iedereen vroeg het mannetje of we iets wilden geven voor zijn hulp. Dat wilden wij zeker, door hem konden we vandaag nog naar Lamin Lodge varen! Dat moest namelijk uiterlijk een uur voor hoog water gebeuren.

Wat een gedoe zeg, ruim 4 uur over gedaan, maar goed. Het is gelukt, we zijn er vanaf en als het goed is, wordt het vanaf nu alleen maar beter. Lekker warm welkom in ‘the smiling coast of Africa’. Misschien beter de ‘smelling coast’ haha. Hoewel de geur hier op het water wel beter is dan in Dakar. In de middag zijn we naar Lamin Lodge gevaren. Wat een verademing. Lieve mensen, een fantastische plek en wat een rust! Hier zullen we een paar dagen verblijven om vervolgens de rivier te gaan verkennen. Kom maar op met die krokodillen, nijlpaarden en aapjes!

DSC_0392 lamin lodge

6 reacties Voeg uw reactie toe

  1. Koen en Yvonne schreef:

    Heerlijk verhaal. Het is zeer herkenbaar allemaal. Groetjes uit de Caribien. Xx

  2. Yvet schreef:

    Mooie blog Iris! Heel veel groeten, Stijn & Yvet

  3. Nita schreef:

    Prachtig verhaal Iris!

    Dikke brasa, Nita

  4. Anoniem schreef:

    Hoi Iris, dank je voor dit verslag. Heel stoer van jullie. Die apen ga je vast zien. Wij vertrekken in de loop van volg week ri Suriname. Vanaf el hiero. Liggen nu nog comfortabel in tazacorte la palma. Heerlijk hier. Mooi varen jullie en geniet!

  5. Jacqueline schreef:

    Hoi Koen en Iris. Wat een avontuur, mooi om te lezen. Ben benieuwd naar het volgende verhaal. Goede reis! Lieve groet Jacqueline

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s